Home Artikelen Profeten kunnen geen zonden begaan (Deel 3)

Profeten kunnen geen zonden begaan (Deel 3)

10 min leestijd
0
12

“Satan heeft geen gezag over de profeten.”

In de Koran zijn verzen in overvloed aanwezig, waarin deze overtuiging volledig wordt gesteund.

De Koran zegt:


إِنَّ عِبَادِي لَيْسَ لَكَ عَلَيْهِمْ سُلْطَانٌ إِلَّا مَنِ اتَّبَعَكَ مِنَ الْغَاوِينَ

Want (O, Satan) over Mijn dienaren heb jij geen gezag, behalve over hen die jou volgen uit de misleidingen.
[Soerat al- Hijr, 15:42]

De Koran zegt:


قَالَ رَبِّ بِمَا أَغْوَيْتَنِي لَأُزَيِّنَنَّ لَهُمْ فِي الْأَرْضِ وَلَأُغْوِيَنَّهُمْ أَجْمَعِينَ . إِلَّا عِبَادَكَ مِنْهُمُ الْمُخْلَصِينَ

Hij (Satan) zei: “Mijn Heer, omdat U mij misleid hebt zal ik voor hen op de aarde (alles) schone schijn maken en ik zal hen allen zeker misleiden, behalve Uw dienaren onder hen, die toegewijd zijn.”
[Soerat al Hijr, 15:39-40]

Van deze verzen blijkt dat bedrog en misleiding van Satan en zijn bondgenoten geen invloed hebben op de profeten en gezanten van Allah. Dit wil zeggen dat ze niet kunnen zondigen, aangezien Satan geen invloed op ze kan uitoefenen. Verder kan worden geconcludeerd dat Satan in eigen persoon zijn machteloosheid uitspreekt over het uitoefenen van zijn invloed op handelingen van de profeten. Wat is dan de status van hen die beweren dat het wel zo is?

“Profeten zijn gezonden om Allah’s eenheid te verkondigen.”

De Koran zegt:


وَاتَّبَعْتُ مِلَّةَ آبَائِي إِبْرَاهِيمَ وَإِسْحَاقَ وَيَعْقُوبَ مَا كَانَ لَنَا أَنْ نُشْرِكَ بِاللَّهِ مِنْ شَيْءٍ ذَلِكَ مِنْ فَضْلِ اللَّهِ عَلَيْنَا وَعَلَى النَّاسِ وَلَكِنَّ أَكْثَرَ النَّاسِ لَا يَشْكُرُونَ

Maar ik (Yusoef) volg het geloof van mijn voorvaderen Ibrahiem (Abraham), Ishaaq (Izaäk) en Y’aqoeb (Jakob). Het past ons niet aan Allah ook maar iets als metgezel toe te voegen. Dat is een deel van Allah’s genade aan ons en aan de mensen. Maar de meeste mensen betuigen geen dank.
[Soerat Yusoef, 12:38]

De profeten en gezanten van Allah hebben altijd het rechte pad bewandeld. Ze waren immers gekomen om de eenheid van Allah en Zijn boodschap te verkondigen. Als de profeten zich bezig gehouden zouden hebben met het tegenovergestelde dan waarvoor ze gezonden waren, dan zou hun zending overbodig geweest zijn. Het is Allah die het beste weet wie Hij heeft uitverkoren tot Zijn profeten en Hij heeft ze voor deze taak dan ook uiterst geschikt gemaakt.

“Profeten praktiseren wat ze preken.”

De Koran zegt:


قَالَ يَا قَوْمِ أَرَأَيْتُمْ إِنْ كُنْتُ عَلَى بَيِّنَةٍ مِنْ رَبِّي وَرَزَقَنِي مِنْهُ رِزْقًا حَسَنًا وَمَا أُرِيدُ أَنْ أُخَالِفَكُمْ إِلَى مَا أَنْهَاكُمْ عَنْهُ إِنْ أُرِيدُ إِلَّا الْإِصْلَاحَ مَا اسْتَطَعْتُ وَمَا تَوْفِيقِي إِلَّا بِاللَّهِ عَلَيْهِ تَوَكَّلْتُ وَإِلَيْهِ أُنِيبُ

Hij (Shu’aib) zei: “Mijn volk! Hoe zien jullie het? Als ik op een duidelijk bewijs van mijn Heer steun en Hij van Zijn kant goed in mijn levensonderhoud voorziet? Ik wil jullie ook niet tegenspreken over wat ik jullie verbied. Ik wens alleen zo goed als ik kan orde op zaken te stellen. Mijn welslagen hangt alleen van Allah af. Op Hem stel ik mijn vertrouwen en wend ik mij schuldbewust.
[Soerat Hud, 11:88]

De profeet Shu’aib (Jetro) spoorde zijn volk aan om Allah te dienen en geen andere goden naast Hem en dat ze rechtvaardig moesten zijn het drijven van handel. Zijn volk was welvarend en hij wees hen op de bestraffing van het onrechtmatig verkrijgen van bezittingen en het onrecht dat ze anderen aandeden. Zijn volk kwam tegen hem in opstand door te zeggen dat ze niet bereid waren om het geloof van hun voorvaderen op te geven en dat ze beter wisten hoe ze moesten omgaan met hun bezittingen. De profeet Shu’aib (vrede zij met hem) was een welvarende man. Zijn volk begon de spot met hem te drijven door te zeggen: “Ben jij de enige verstandige en rechtschapene die is overgebleven en de rest is dwaas en dwalend?”

De profeet Shu’aib (vrede zij met hem) gaf zijn volk aan dat ze zonder reden kwaad waren geworden op hem en dat het een misverstand is als ze denken dat hij jaloers op ze is vanwege hun rijkdom.
“Ik wil slechts dat jullie welvaart voor altijd blijft bestaan en dat het niet van tijdelijke duur is. Ik zie dat jullie de weg naar verdoeming in rennen. Hoe kan ik het verdragen dat mijn eigen volk waarvan ik een bloedverwant ben de vernietiging ingaat en dat ik hier niets aan doe! Ik ben slechts een waarschuwer! Waarom zou ik jaloers zijn op jullie bezittingen? Allah heeft mij rijkelijk begunstigd in mijn levensonderhoud die ik rechtmatig heb verkregen (halal). Zien jullie mijn handelen dan niet? Heb ik ooit rijkdom vergaart zoals jullie dat hebben gedaan op een onrechtmatige manier? Hoe kan ik op een onrechtmatige wijze zelf rijkdom vergaren, terwijl ik jullie hiervan tegenhoud? Als mijn handelingen de woorden van mij bevestigen, dan moeten jullie niet twijfelen aan mijn rechtschapenheid en advies.”

“Profeten zijn niet zelfzuchtig.”

De Koran zegt:


وَمَا أُبَرِّئُ نَفْسِي إِنَّ النَّفْسَ لَأَمَّارَةٌ بِالسُّوءِ إِلَّا مَا رَحِمَ رَبِّي إِنَّ رَبِّي غَفُورٌ رَحِيمٌ

En ik pleit mijzelf niet vrij, want de ego is toch iets dat tot het kwaad aanzet, behalve wanneer mijn Heer genade heeft. Mijn Heer is de meest Vergevensgezinde, de aller Barmhartige.
[Soerat Yusoef, 12:53]

De profeet Yusoef (Jozef) heeft niet gezegd dat het zijn eigen ego is dat aanzet tot kwaad, maar dat de ego’s van mensen in het algemeen aanzetten tot kwaad, behalve die van hen over wie Allah erbarmen heeft.
De Profeet Yusoef (Jozef) was beschuldigd van seksuele intimidatie door de vrouw van zijn heer. Hij wilde zijn onschuld bewezen hebben om Potifar te laten weten dat hij in zijn absentie niets heeft gedaan om hem te beschamen en te onteren. Nadat Zulaikha (Zelikah) de vrouw van Potifar had toegegeven dat ze de profeet Yusoef valselijk had beschuldigd, werd zijn onschuld duidelijk voor een ieder. Zijn overwinning over de valse beschuldiging en het bewijs van zijn onschuld en zuiverheid zou bij anderen vanuit zijn kant over kunnen komen als zelfzuchtigheid. Hij heeft in nederigheid zijn overwinning gerefereerd aan Allah: “Ik pleit mijzelf niet vrij! Het is Allah die genade heeft over Zijn uitzonderlijke dienaren door hen te beletten voor het begaan van zonden.”

Bronvermelding: Soerat al- Hijr 15:42, Soerat Yusoef 12:38, Soerat Hud 11:88, Soerat Yusoef 12:53

  • Sadaqah al-Fitr

    De gezant van Allah vrede en zegeningen van Allah zij met hem heeft gezegd: “De vasten van…
  • Profeten zijn boven alle scheppingen verheven

    Niemand van Allah’s schepping kan een gelijkwaardige rank worden toegekend aan Allah’s pro…
  • Betekenis van intentie

    Zoals is gezegd over de andere erediensten wordt met de intentie het voornemen vanuit het …
  • Gebeden voor de maand Safar

    De maand Safar is de tweede maand van de Islamitische kalender. Deze maand is een zeer ern…
  • Sadaqah al-Fitr

    De gezant van Allah vrede en zegeningen van Allah zij met hem heeft gezegd: “De vasten van…
  • Profeten zijn boven alle scheppingen verheven

    Niemand van Allah’s schepping kan een gelijkwaardige rank worden toegekend aan Allah’s pro…

Check Ook

Profeten zijn boven alle scheppingen verheven

Niemand van Allah’s schepping kan een gelijkwaardige rank worden toegekend aan Allah’s pro…