Home Artikelen Profeten kunnen geen zonden begaan (Deel 2)

Profeten kunnen geen zonden begaan (Deel 2)

12 min leestijd
0
12

“De argumenten van de profeet Ibrahiem.”

De Koran zegt:

وَإِذْ قَالَ إِبْرَاهِيمُ لِأَبِيهِ آزَرَ أَتَتَّخِذُ أَصْنَامًا آلِهَةً إِنِّي أَرَاكَ وَقَوْمَكَ فِي ضَلَالٍ مُبِينٍ . وَكَذَلِكَ نُرِي إِبْرَاهِيمَ مَلَكُوتَ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَلِيَكُونَ مِنَ الْمُوقِنِينَ . فَلَمَّا جَنَّ عَلَيْهِ اللَّيْلُ رَأَى كَوْكَبًا قَالَ هَذَا رَبِّي فَلَمَّا أَفَلَ قَالَ لَا أُحِبُّ الْآفِلِينَ . فَلَمَّا رَأَى الْقَمَرَ بَازِغًا قَالَ هَذَا رَبِّي فَلَمَّا أَفَلَ قَالَ لَئِنْ لَمْ يَهْدِنِي رَبِّي لَأَكُونَنَّ مِنَ الْقَوْمِ الضَّالِّينَ . فَلَمَّا رَأَى الشَّمْسَ بَازِغَةً قَالَ هَذَا رَبِّي هَذَا أَكْبَرُ فَلَمَّا أَفَلَتْ قَالَ يَا قَوْمِ إِنِّي بَرِيءٌ مِمَّا تُشْرِكُونَ . إِنِّي وَجَّهْتُ وَجْهِيَ لِلَّذِي فَطَرَ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ حَنِيفًا وَمَا أَنَا مِنَ الْمُشْرِكِينَ . وَحَاجَّهُ قَوْمُهُ قَالَ أَتُحَاجُّونِّي فِي اللَّهِ وَقَدْ هَدَانِ وَلَا أَخَافُ مَا تُشْرِكُونَ بِهِ إِلَّا أَنْ يَشَاءَ رَبِّي شَيْئًا وَسِعَ رَبِّي كُلَّ شَيْءٍ عِلْمًا أَفَلَا تَتَذَكَّرُونَ

En toen Ibrahiem (Abraham) tot zijn vader Azar zei: “Houdt u afgodsbeelden aan voor goden? Ik zie dat u en uw volk in duidelijke dwaling verkeren. En zo toonden Wij Ibrahiem (Abraham) het rijk van de hemelen en de aarde zodat hij zou behoren tot hen die vast overtuigd zijn. En toen de nacht hem omhulde zag hij een ster. Hij zei: “Is dit mijn heer?” en toen zij onderging zei hij: “Ik houd niet van dingen die ondergaan.” En toen hij de maan zag opkomen zei hij: “Is dit mijn heer?” Maar toen zij onderging zei hij: “Als mijn Heer mij niet geleid zou hebben, dan zou ik zeker tot de dwalenden behoren.” En toen hij de zon zag opkomen zei hij: “Is dit mijn heer? Deze is de grootste!” Maar toen zij onderging zei hij: “O mensen, ik heb niets te maken met de veelgodendienst die jullie bedrijven. Ik wend mijn aangezicht tot Hem die de hemelen en aarde aangelegd heeft, als een aanhanger van het zuivere geloof en ik behoor niet tot de veelgodendienaars.” Zijn volk redetwistte met hem. Hij zei: “Willen jullie met mij over Allah redetwisten, terwijl Hij mij heeft geleid? Ik vrees wat jullie Hem als metgezellen toevoegen niet, behalve als mijn Heer iets wil. Mijn Heer omvat alles met Zijn kennis. Zullen jullie je dan niet laten vermanen?”
[Soerat al- An’aam 6, 74-80]

De profeet Ibrahiem had het kenvermogen van Allah. Hij had een sterke afkeer van de afgoden die door zijn volk werden aanbeden. Allah toonde Ibrahiem (Abraham) het rijk van de hemelen. Bij het aanschouwen van de sterren, maan en de zon stelde hij de vraag aan zijn volk: “Is dit mijn heer?”, en gaf gelijk al het antwoord bij het zeggen: ”Ik houd niet van dingen die ondergaan!”

Verder zegt de Koran:

وَتِلْكَ حُجَّتُنَا آتَيْنَاهَا إِبْرَاهِيمَ عَلَى قَوْمِهِ نَرْفَعُ دَرَجَاتٍ مَنْ نَشَاءُ إِنَّ رَبَّكَ حَكِيمٌ عَلِيمٌ

Dat was ons argument dat Wij Ibrahiem (Abraham) tegen zijn volk gegeven hebben. Wij geven hogere rangen aan wie Wij willen. Uw Heer is de Alwijze, de Alwetende.
[Soerat al- An’aam, 6:83]

Van deze verzen kan zeker niet worden afgeleid dat de profeet Ibrahiem (Abraham) de ster, maan of zon tot zijn heer had aangenomen (polytheïsme, shirk) en vervolgens zich hiervan had ontdaan. Als dit wel het geval zou zijn, dan zou Allah in plaats van zijn lofspraak hem hebben berispt. Het was Allah immers die hem het rijk van de hemelen liet aanschouwen. Bij het zien van de hemellichamen stelde hij vervolgens de vraag aan zijn volk of dit zijn Heer was en met de argumenten die Allah hem had geschonken weerlegde hij de stellingen dan ook ten zeerste.

De imam zegt:

أن استدلال إبراهيم بالكوكب والقمر والشمس كان وهو ابن خمس عشرة سنة

De argumenten dat de profeet Ibrahiem (Abraham) gaf over de ster, de maan en de zon was toen hij 15 jaar oud was.
[ Tafseer al- Qurtubi deel 16 blz. 56]

Dit zijn slechts een paar voorbeelden uit de Koran waaruit bevestigd kan worden dat de profeten bij hun geboorte of op zeer jonge leeftijd begiftigd waren met de wetenschap in Allah. De profeten hebben op zeer jonge leeftijd buitengewone handelingen laten zien die al het bevattingsvermogen te boven gaan. Dit is dan ook geheel te wijten aan het volledige geloof in Allah.
Hoe zou dan verondersteld kunnen worden dat de profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) geen kennis zou hebben gehad over het geloof noch over het boek? Als het leven van de profeet Mohammed (vrede zij met hem )nauwkeurig wordt bestudeerd zowel voor de openbaring van zijn profeetschap als erna, dan kan worden afgeleid dat dit een onjuiste veronderstelling is.

De imam zegt:

وقد حكى أهل السير أن أمنة بنت وهب أخبرت أن نبينا محمدا صلى الله عليه وسلم ولد حين ولد باسطا يديه إلى الأرض رافعا رأسه إلى السماء،

De levenbeschrijvers van de profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met Hem) hebben vermeld: Amina bint Wahb (de moeder van de profeet vrede zij met hem) heeft bericht dat toen onze profeet Mohammed (vrede zij met hem) werd geboren, hij zijn beide handen spreidde op de grond en zijn hoofd ophief naar de hemel.
[Tafseer al- Qurtubi deel 16 blz. 56]

De Hadith zegt:

أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال لما نشأت بغضت إلي الأوثان وبغض إلي الشعر ولم أهم بشيء مما كانت الجاهلية تفعله إلا مرتين فعصمني الله منهما ثم لم أعد

Werkelijk! De Gezant van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) heeft gezegd: “Toen ik was opgegroeid kreeg ik een enorme afkeer tegen beelden en dichterijen. Ik heb zelfs niet eens gedacht om mee te doen met hetgeen de Jahilyyah (onwetenden van de pre islamitische tijdperk) deden. Slecht 2 keren is de gedachten in mij opgekomen, maar Allah heeft mij hiervan belet en vervolgens heb ik hier niet meer aan gedacht.
[Dalail al- Nabuwwah, Kitab al- Shifa]

In zijn jeugd ondernam de profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) met zijn oom Abu Talib een handelsreis. Ze trokken uit naar Syrië. Tijdens die reis ontmoetten ze Bahierah Rahib, de christelijke priester. Hij zag de tekenen van het profeetschap in hem en beproefde hem door de profeet te laten zweren op de afgoden Laat en Uzza. Ondanks de profeet nog een kind was zei hij:

لا تسلني باللات والعزى شيئاً، فو الله ما أبغضت شيئاً قط بغضهما

Vraag mij niets in de naam van Laat en Uzza. Bij Allah ik heb aan niets anders dan een grotere afkeer dan die twee.
[Seerat ibn al- Ishaq, deel 1]

Nadat imam al- Qurtubi de jeugd van de profeten uiteen heeft gezet schreef hij:

ثم يتمكن الأمر لهم، وتترادف نفحات الله تعالى عليهم، وتشرق أنوار المعارف في قلوبهم حتى يصلوا الغاية ويبلغوا باصطفاء الله تعالى لهم بالنبوة في تحصيل الخصال الشريفة النهاية دون، ممارسة ولا رياضة.

Hierna begon de toestand van hen in kracht toe te nemen en stapsgewijs begonnen de gunsten van Allah op hen neer te dalen. Hun harten begonnen te schitteren met het kenvermogen (van Allah) tot ze het uiterste bereikten, aangezien Allah hen had uitverkoren voor de profeetschap. Ze verwierven het uiterste hoogtepunt in de prijzenswaardige eigenschappen zonder oefening en inspanning.
[Tafseer al- Qurtubi deel 16 blz. 56]

De imam zegt:

والصواب أنهم معصومون قبل النبوة من الجهل بالله وصفاته والتشكك في شيء من ذلك. وقد تعاضدت الأخبار والآثار عن الأنبياء بتنزيههم عن هذه النقيصة منذ ولدوا؛ ونشأتهم على التوحيد والإيمان، بل على إشراق أنوار المعارف ونفحات ألطاف السعادة، ومن طالع سيرهم منذ صباهم إلى مبعثهم حقق ذلك

Het is correct dat de profeten alvorens de openbaring van het profeetschap immuun zijn van alle vormen van onwetendheid over de eigenschappen van Allah of twijfel hierin. Er zijn overvloedig veel Ahadith en overleveringen aanwezig die betuigen dat de profeten sinds hun kindertijd rein waren van deze gebreken. Ze zijn groot geworden met de eenheid van Allah en het geloof. Sterker nog! Met de stralende lichten van het kenvermogen en met de geneugten van de welriekende geur der zaligheid. Voor degene die hun levensbeschrijving heeft bestudeerd vanaf hun kindertijd tot hun zending is dit klaarblijkelijk.
[Tafseer al- Qurtubi deel 16 blz. 56]

Als dit de realiteit is, wat is dan de opvatting van dit vers? Imam al- Qurtubi heeft in zijn exegese verschillende verklaringen hierover gegeven. Hiervoor kan zijn boek Tafseer al- Qurtubi worden geraadpleegd. Een van de mooiste verklaringen is:

ما كنت تدري ما الكتاب لولا إنعامنا عليك، ولا الإيمان لولا هدايتنا لك

U wist niet wat het boek was als Wij niet onze gunsten aan u gegeven zouden hebben en als Wij u op het rechte pad geleidt zouden hebben, dan zou u niet weten wat iman was.
[Tafseer al- Qurtubi, deel 16, blz. 56]

Bronvermelding: Soerat al- An’aam 6:74-80, Soerat al- An’aam 6:83, Dalail al- Nabuwwah – Kitab al- Shifa, Seerat ibn al- Ishaq – deel 1, Tafseer al- Qurtubi deel 16 blz. 56

  • Profeten zijn boven alle scheppingen verheven

    Niemand van Allah’s schepping kan een gelijkwaardige rank worden toegekend aan Allah’s pro…
  • Betekenis van intentie

    Zoals is gezegd over de andere erediensten wordt met de intentie het voornemen vanuit het …
  • Boeken van Allah

    Het geloof in de boeken van Allah is de derde pijler van de iman (het geloof). Zonder deze…
  • Sadaqah al-Fitr

    De gezant van Allah vrede en zegeningen van Allah zij met hem heeft gezegd: “De vasten van…
  • Profeten zijn boven alle scheppingen verheven

    Niemand van Allah’s schepping kan een gelijkwaardige rank worden toegekend aan Allah’s pro…
  • Betekenis van intentie

    Zoals is gezegd over de andere erediensten wordt met de intentie het voornemen vanuit het …
  • Gebeden voor de maand Safar

    De maand Safar is de tweede maand van de Islamitische kalender. Deze maand is een zeer ern…
  • Sadaqah al-Fitr

    De gezant van Allah vrede en zegeningen van Allah zij met hem heeft gezegd: “De vasten van…
  • Profeten zijn boven alle scheppingen verheven

    Niemand van Allah’s schepping kan een gelijkwaardige rank worden toegekend aan Allah’s pro…

Check Ook

Profeten zijn boven alle scheppingen verheven

Niemand van Allah’s schepping kan een gelijkwaardige rank worden toegekend aan Allah’s pro…