Home Artikelen Profeten kunnen geen zonden begaan (Deel 1)

Profeten kunnen geen zonden begaan (Deel 1)

22 min leestijd
0
13

Profeten en engelen zijn ma’soom. Dit betekent dat ze volledig immuun zijn voor het begaan van zonden. Het is dwaling en een corrupte overtuiging om te geloven dat met uitzondering van de profeten en engelen ook imams en heiligen (awliya) immuun zijn voor zonden. Alhoewel er heiligen zijn die geen zonden begaan is het niet onmogelijk dat ze kunnen zondigen. Een profeet kan nooit een fout of vergissing begaan in het overdragen van Allah’s boodschap.

Er zijn verschillende soorten zonden. Deze kunnen in vier grote groepen opgedeeld worden:

  • Meergodendienst (shirk)
  • Ongeloof (kufr)
  • Grote zonden (kab’ir)
  • Kleine zonden (sagha’ir)

Vervolgens kunnen deze zonden opzettelijk of ongewild worden begaan. Alle profeten waren alvorens de openbaring van hun profeetschap en erna immuun voor het begaan van zonden. Ze hebben zich voor geen moment in hun leven opzettelijk of ongewild bezig gehouden met meergodendienst, ongeloof, corrupte overtuigingen, dwaling en oneerbare handelingen.

De imam zegt:

Imam Sa’ad al-Din Masud ibn Umar ibn Abd Allah al-Taftazani (1322-1390) schreef:

أن الأنبياء معصومون عن الكذب خصوصا فيما يتعلق بأمر الشرائع ، أما عمدا فبالإجماع وأما سهوا فعند الأكثرين ، وفي عصمتهم عن سائر الذنوب تفصيل وهو أنهم معصومون من الكفر قبل الوحي وبعده بالإجماع ، وكذا عن تعمد الكبائر عند الجمهور خلافا للحشوية ، وإنما الخلاف في أن امتناعه بدليل السمع أو العقل ، فعندنا بالسمع وعند المعتزلة بالعقل ، وأما سهوا فجوزه الأكثرون ، وأما الصغائر فتجوز عمدا عند الجمهور خلافا للجبائي ، وتجوز سهوا بالاتفاق إلا ما يدل على الخسة كسرقة لقمة والتطفيف بحبة ، لكن المحققون اشترطوا أن ينبهوا عليه فينتهوا عنه وهذا كله بعد الوحي

  • De profeten (moge Allah’s vrede en zegeningen zijn met Hen) zijn immuun van liegen in het bijzonder als het de sharia (wetgeving) aangaat, in het uitdragen van de geboden en bij het leiden van het volk. Zij het opzettelijk volgens de idjma (consensus van de geleerden) of uit vergeetachtigheid volgens de meerderheid.
  • Over hun immuniteit betreffende alle zonden is er wat diepgang: Volgens de idjma (consensus) zijn ze immuun van ongeloof (kufr) alvorens de openbaring van hun profeetschap en erna.
  • Evenzo (zijn ze immuun) in het opzettelijk plegen van grote zonden volgens de meerderheid van de geleerden met uitzondering van de Hashwiyyah. Het geschil dat het niet mogelijk is, is op basis van argumenten die verkregen zijn door het gehoor (herleiden naar de openbaring) of redenatie.
  • Volgens ons middels het gehoor en volgens de M’utazila middels redenatie.
    Wat betreft op basis van vergeetachtigheid, hierover heeft de meerderheid van de geleerden dit als geoorloofd beschouwd.
  • De meerderheid van de geleerden beschouwt het intentioneel begaan van kleine zonden uit vergeetachtigheid als geoorloofd met uitzondering van al- Jubaa’i en zijn volgelingen.
  • Onder de geleerden is er een overeenstemming dat (zonden begaan) uit vergeetachtigheid toegestaan is met uitzondering van zaken die leiden tot minachtzaamheid, zoals het stelen van een hap eten of het knoeien met de weegschaal ter gewicht van een zaadje. De hooggeleerden/onderzoekers (Muhaqqiqun) hebben echter hiervoor een voorwaarde bedongen dat ze ervan op de hoogte worden gesteld om zich zodoende hiervan te weerhouden. Dit alles is na de openbaring van de profeetschap.

[Sharh al- Aqaa’id an- Nasafiyyah blz. 139-140]

Profeten kunnen dus nooit ontsporen van het rechte pad en ongeloof in Allah en meergodendienst begaan. De profeten zijn altijd belet voor het begaan van grote zonden. Intentioneel of uit vergeetachtigheid. Als dit nou voor de openbaring van hun profeetschap was of nadien. Echter kunnen ze wel uit vergeetachtigheid kleine zonden begaan, maar blijven hier niet standvastig op. Ze worden door Allah hiervan op de hoogte gesteld om zich vervolgens ervan te weerhouden. Van de kleine zonden die verwijzen naar oneerbare handelingen zijn ze ten alle tijden van belet. Alvorens de openbaring van hun profeetschap of erna. Houd in gedachte dat dit alleen kan bij handelingen die niet gerelateerd zijn aan de wet en regelgeving van het geloof en het uitdragen van Allah’s boodschappen.

Het is een corrupte overtuiging om te beweren dat profeten uit angst en vrees of een andere reden de boodschap van Allah niet heeft uitgedragen. Deze handelingen kunnen profeten niet met opzet begaan nog uit vergeetachtigheid. Vestigt in gedachte dat de diepgang over de zonden alleen betrekking hebben tot de overige profeten met uitzondering van de profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met Hem). Volgens de consensus van alle geleerden heeft de profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met Hem) nooit enige vorm van zonde begaan. Niet voor de openbaring van zijn profeetschap noch erna.

De Profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met Hem) is immers de meest verheven boven alle profeten.

De Koran zegt:

كُنْتُمْ خَيْرَ أُمَّةٍ أُخْرِجَتْ لِلنَّاسِ تَأْمُرُونَ بِالْمَعْرُوفِ وَتَنْهَوْنَ عَنِ الْمُنْكَرِ

Jullie zijn de beste gemeenschap die er voor de mensen is voortgebracht. Jullie gebieden het behoorlijke, verbieden het verwerpelijke en geloven in Allah.
[Soerat Aal Imraan, 3:110]

Er is geen twijfel over het feit dat het volk van de profeet Mohammed als beste van alle volken is verkozen door Allah op grond van hun volledigheid in het geloof. Dit is omdat ze de profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met Hem) volgen die de meest verheven en voortreffelijk is.

De Hadith zegt:

عَنْ أَبِي سَعِيدٍ الْخُدِرِيِّ ، قَالَ : قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ : ” أَنَا سَيِّدُ وَلَدِ آدَمَ يَوْمَ الْقِيَامَةِ وَلا فَخْرَ

Het is overgeleverd door de eerbiedwaardige Saeed al- Khudri (moge Allah tevreden zijn met hem): Hij zegt dat de gezant van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Ik ben de leider van de kinderen van Adam op de dag der opstanding en ik ben niet hoogmoedig.”
[Musnad Abu Hanifah. Zie ook Sharh al- Aqaa’id an- Nasafiyyah blz. 141]

Geen angst noch vrees in het uitdragen van boodschappen.

De Koran zegt:

وَادْعُ إِلَى رَبِّكَ إِنَّكَ لَعَلَى هُدًى مُسْتَقِيمٍ

En roep op tot jouw Heer. Voorwaar jij bent voorzeker op de juiste leidraad.
[Soerat Al-Hadj, 22:67]

De Koran zegt:

مَا ضَلَّ صَاحِبُكُمْ وَمَا غَوَى

Jullie metgezel dwaalt niet noch heeft hij een afwijking.
[Soerat An-Najm, 53:2]

De Koran zegt:

يَا أَيُّهَا الرَّسُولُ بَلِّغْ مَا أُنْزِلَ إِلَيْكَ مِنْ رَبِّكَ وَإِنْ لَمْ تَفْعَلْ فَمَا بَلَّغْتَ رِسَالَتَهُ وَاللَّهُ يَعْصِمُكَ مِنَ النَّاسِ إِنَّ اللَّهَ لَا يَهْدِي الْقَوْمَ الْكَافِرِينَ

O gezant, verkondig wat van uw Heer tot u is neergezonden en als jij dat niet doet dan heeft u Zijn zendingsopdracht niet verkondigd. Allah beschut u voor de mensen. Allah geeft de ongelovige geen leiding.
[Soerat al Ma’ida, 5:67]

De profeet Mohammed was gezonden naar een volk die in alle aspecten van het leven laag-bij-de-gronds was. Op politiek gebied waren ze ongeorganiseerd en verdeeld. Op maatschappelijk gebied was er geen voorbeeld die voldeed aan hun krankzinnigheid en op moreel gebied was alles tegendraads. Drinken, gokken en onzedelijkheid werd beschouwd als de maatstaf van leiderschap en welvaart. Misdaad en moord werd geprezen als heldhaftigheid, het levend begraven van pasgeborene dochters werd geacht als een deugd en het verspillen van rijkdom en geld werd niet alleen gemarkeerd als vrijgevigheid maar werd zelfs erkend als vrijgevigheid. Op godsdienstig gebied is het enkel duidelijk om aan te geven dat het huis dat bestemd was voor de verering van de Ene God, bewoonbaar was gesteld voor 360 afgodsbeelden.

De profeet Mohammed was naar dat volk gestuurd om orde op zaken te stellen, de verzen van Allah te reciteren, hen te reinigen en hen onderricht te geven van het boek en de wijsheid. Om dit grootse werk te verrichten had Allah hem uitverkoren, terwijl hij geen familie had om hem bij te staan, noch dienaren of rijkdom, behalve Allah’s naam. Hij moest opbotsen tegen de macht van de vijanden, de aanvallen van de ongelovigen en de samenzweringen van de hypocrieten. Om deze bijna onmogelijk taak te vervullen heeft Allah hem gezegd dat Hij hem als Zijn boodschapper heeft gestuurd. De taak van de boodschapper is dan ook om Zijn boodschappen zonder enige vrees en zonder aanpassingen over te brengen aan de mensen. Mocht het zijn dat hij de boodschappen uit vrees of nalatigheid niet juist heeft kunnen overdragen aan de mensen, dan zou hij zijn taak niet naar alle correctheid hebben uitgevoerd. Allah heeft Zijn boodschapper bemoedigd door te verklaren dat Hij zijn beschermheer is en dat niemand hem ook maar iets zal kunnen krenken. Allah heeft zijn geliefde profeet van al deze zaken immuun gemaakt.

Kan iemand dan na het vernemen van Allah’s duidelijke verordening beweren dat de profeet Mohammed uit vrees of angst boodschappen van Allah heeft verzwegen of door nalatigheid niet heeft kunnen overbrengen?

“Geen kennis over het boek en geloof?”

De Koran zegt:

وَكَذَلِكَ أَوْحَيْنَا إِلَيْكَ رُوحًا مِنْ أَمْرِنَا مَا كُنْتَ تَدْرِي مَا الْكِتَابُ وَلَا الْإِيمَانُ وَلَكِنْ جَعَلْنَاهُ نُورًا نَهْدِي بِهِ مَنْ نَشَاءُ مِنْ عِبَادِنَا وَإِنَّكَ لَتَهْدِي إِلَى صِرَاطٍ مُسْتَقِيمٍ

En zo hebben Wij aan jou een verkwikkend iets door Onze beschikking geopenbaard. U wist niet wat het boek was, noch wat het geloof was, maar Wij hebben het tot een licht gemaakt waarmee Wij van Onze dienaren wie Wij willen leiding geven. En u, u geeft zeker leiding naar het rechte pad.
[Soerat As-Sjura, 42:52]

De onderstaande Hadith is een uitleg van dit vers:

عَنْ عَلِيِّ بْنِ أَبِي طَالِبٍ رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُ ، قَالَ : قِيلَ لِلنَّبِيِّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ : ” هَلْ عَبَدْتَ وَثَنًا قَطُّ ؟ قَالَ : لا . قَالُوا : هَلْ شَرِبْتَ خَمْرًا قَطُّ ؟ قَالَ : لا وَمَا زِلْتُ أَعْرِفُ أَنَّ الَّذِي هُمْ عَلَيْهِ كُفْرٌ ، وَمَا كُنْتُ أَدْرِي مَا الْكِتَابُ وَلا الْإِيمَانُ ، وَلِذَلِكَ أَنْزَلَ اللَّهُ فِي الْقُرْآنِ : مَا كُنْتَ تَدْرِي مَا الْكِتَابُ وَلا الإِيمَان”

Het is overgeleverd door de eerbiedwaardige Ali bin Abu Talib (moge Allah tevreden zijn met hem). Hij zegt: “Er werd gevraagd aan de gezant van Allah (vrede en zegeningen zij met Hem): “Heeft u ooit beelden aanbeden?” Hij zei: “Nee”. De mensen vroegen: “Heeft u ooit wijn gedronken?” Hij zei: “Nee, Ik heb altijd geweten dat hetgeen waar de mensen op zijn, ongeloof (kufr) is.”
Om deze reden heeft Allah het bovenstaande vers geopenbaard.

In eerste instantie kan van dit vers worden geconcludeerd dat de profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met Hem) alvorens de openbaring van zijn profeetschap geen kennis had van het boek en het geloof. Laten we nader bestuderen wat Allah hiermee heeft bedoeld.

“Profeten zijn geboren met het kenvermogen van Allah.”

Als we de Koran openslaan kunnen we de volgende verzen lezen:

يَا يَحْيَى خُذِ الْكِتَابَ بِقُوَّةٍ وَآتَيْنَاهُ الْحُكْمَ صَبِيًّا

O Yahya (Johannes), houd het boek stevig vast. En Wij gaven hem de oordeelkracht al als sabi (kind, sibyaan).
[Soerat Maryam, 19:12]

De imam zegt:
Imam Abu ‘Abdullah Muhammad al-Qurtubi (1214-1273) schreef in zijn exegese Tafseer al Jami’ li-ahkam al-Qur’an, beter bekend als Tafseer al- Qurtubi:

قال المفسرون : أعطى الله يحيى العلم بكتاب الله تعالى في حال صباه . وقال معمر : كان يحيى ابن سنتين أو ثلاث ، فقال له الصبيان : لم لا تلعب ؟ فقال : أللعب خلقت ؟

De exegeten vermelden dat Allah de profeet Yahya (Johannes) kennis van het boek heeft geschonken toen hij nog een kind was. Mu’ammar heeft gezegd: “Yahya (Johannes) was 2 of 3 jaar, want op deze leeftijd wordt men sibyaan genoemd. (Het werd aan hem gevraagd) “Waarom speel je niet?” Hij antwoordde: “Ben ik geschapen om te spelen?”
[Tafseer al- Qurtubi deel 16 blz. 56]

De profeet Isa (Jezus) had bij zijn geboorte al kennis over de wetenschap van Allah en de Indjiel (het evangelie). Tevens was hij ook op de hoogte van goede waarden en normen.

De Koran zegt:

قَالَ إِنِّي عَبْدُ اللَّهِ آتَانِيَ الْكِتَابَ وَجَعَلَنِي نَبِيًّا. وَجَعَلَنِي مُبَارَكًا أَيْنَ مَا كُنْتُ وَأَوْصَانِي بِالصَّلَاةِ وَالزَّكَاةِ مَا دُمْتُ حَيًّا . وَ بَرًّا بِوَالِدَتِي وَلَمْ يَجْعَلْنِي جَبَّارًا شَقِيًّا

Hij zei: “Ik ben Allah’s dienaar. Hij heeft mij het boek gegeven en mij tot profeet gemaakt en Hij heeft mij gezegend gemaakt waar ik ook ben en Hij heeft mij de salaat (het gebed) en zakaat (armenbijdrage) opgelegd zolang ik leef en ook om plichtsgetrouw te zijn jegens mijn moeder en Hij heeft mij niet tot een ellendige geweldenaar gemaakt.
[Soerat Maryam, 19:30-32]

De profeet Yusoef (Jozef) was nog niet volwassen toen zijn broers een touw om zijn nek bonden en hem in de put gooiden. Allah berichtte hem toen in die staat dat hij zijn broers hierover nog zal aanspreken, terwijl ze het niet beseffen. Als een minderjarige had Allah hem hierover geopenbaard.

De Koran zegt:

لَمَّا ذَهَبُوا بِهِ وَأَجْمَعُوا أَنْ يَجْعَلُوهُ فِي غَيَابَتِ الْجُبِّ وَأَوْحَيْنَا إِلَيْهِ لَتُنَبِّئَنَّهُمْ بِأَمْرِهِمْ هَذَا وَهُمْ لَا يَشْعُرُونَ

Toen zij dan met hem weggingen kwamen zij overeen hem op de bodem van de waterput te gooien. En Wij openbaarden aan hem: “U zal hun over deze zaak van hen nog wel berichten, terwijl zij het niet beseffen.”
[Soerat Yusoef, 12:15]

De profeet Ismaiel (Ismaël) was nog een kind toen hij tegen zijn vader, de profeet Ibrahim (Abraham), vertelde zijn verbond aan Allah na te komen.

De Koran zegt:

فَلَمَّا بَلَغَ مَعَهُ السَّعْيَ قَالَ يَا بُنَيَّ إِنِّي أَرَى فِي الْمَنَامِ أَنِّي أَذْبَحُكَ فَانْظُرْ مَاذَا تَرَى قَالَ يَا أَبَتِ افْعَلْ مَا تُؤْمَرُ سَتَجِدُنِي إِنْ شَاءَ اللَّهُ مِنَ الصَّابِرِينَ

Toen hij zover was dat hij met hem mee kon gaan zei hij: “Mijn zoon, ik heb in de slaap gezien dat ik je zal offeren. Zie eens wat je ervan vindt.” Hij zei: “Mijn vader, doe wat je bevolen is. U zal merken dat ik, als Allah het wil, iemand ben die in geduld zal volharden.
[Soerat as- Saaffaat, 37:102]

Over de profeet Ibrahim (Abraham) zegt de Koran:

وَلَقَدْ آتَيْنَا إِبْرَاهِيمَ رُشْدَهُ مِنْ قَبْلُ وَكُنَّا بِهِ عَالِمِينَ

En Wij hadden Ibrahim zeker al hiervoor zijn redelijk inzicht gegeven en Wij waren bekend met hem.
[Soerat al- Anbiyaa, 21:51]

De imam schreef als verklaring van dit vers:

أي هديناه صغيرا؛ قال مجاهد وغيره. وقال ابن عطاء: اصطفاه قبل إبداء خلقه.
وقال بعضهم: لما ولد إبراهيم بعث الله إليه ملكا يأمره عن الله تعالى أن يعرفه بقلبه ويذكره بلسانه فقال: قد فعلت؛ ولم يقل أفعل؛ فذلك رشده

“Wij hebben hem op het rechte pad geleid, terwijl hij klein was. Dat hebben imam Mujahid en de anderen gezegd. Ibn ‘Ata heeft gezegd: “Allah heeft hem uitverkoren alvorens zijn schepping.” En sommigen zeggen: “Toen de profeet Ibrahim (Abraham) werd geboren stuurde Allah een engel naar hem toe om hem van Allah’s zijde te gebieden Hem te herkennen met zijn hart en Hem te gedenken met zijn tong. Hierop zei hij (Ibrahim): “Dat heb ik al gedaan.” Hij had niet gezegd: “Dat zal ik doen.” Dus dat is zijn redelijk inzicht.
[Tafseer al- Qurtubi deel 16 blz. 56]

Bronvermelding: Sharh al- Aqaa’id an- Nasafiyyah blz. 139-140, Hujjiyyat al-Sunna blz. 110, Soerat Aal Imraan 3:110, Musnad Abu Hanifah Sharh al- Aqaa’id an- Nasafiyyah blz. 141, Soerat Al-Hadj 22:67, Soerat al Ma’ida 5:67, Soerat As-Sjura 42:52, Soerat Maryam 19:12, Tafseer al-Qurtubi deel 16 blz. 56, Soerat Maryam 19:30-32, Soerat Yusoef 12:15, Soerat as-Saaffaat 37:102, Soerat al- Anbiyaa 21:51, Tafseer al-Qurtubi deel 16 blz. 56

  • Sadaqah al-Fitr

    De gezant van Allah vrede en zegeningen van Allah zij met hem heeft gezegd: “De vasten van…
  • Profeten zijn boven alle scheppingen verheven

    Niemand van Allah’s schepping kan een gelijkwaardige rank worden toegekend aan Allah’s pro…
  • Betekenis van intentie

    Zoals is gezegd over de andere erediensten wordt met de intentie het voornemen vanuit het …
  • Sadaqah al-Fitr

    De gezant van Allah vrede en zegeningen van Allah zij met hem heeft gezegd: “De vasten van…
  • Profeten zijn boven alle scheppingen verheven

    Niemand van Allah’s schepping kan een gelijkwaardige rank worden toegekend aan Allah’s pro…
  • Betekenis van intentie

    Zoals is gezegd over de andere erediensten wordt met de intentie het voornemen vanuit het …
  • Gebeden voor de maand Safar

    De maand Safar is de tweede maand van de Islamitische kalender. Deze maand is een zeer ern…
  • Sadaqah al-Fitr

    De gezant van Allah vrede en zegeningen van Allah zij met hem heeft gezegd: “De vasten van…
  • Profeten zijn boven alle scheppingen verheven

    Niemand van Allah’s schepping kan een gelijkwaardige rank worden toegekend aan Allah’s pro…

Check Ook

Sadaqah al-Fitr

De gezant van Allah vrede en zegeningen van Allah zij met hem heeft gezegd: “De vasten van…